Terminologie rondom de wervelkolom

Terminologie en oplossingsmogelijkheden

De wervelkolom is het dragende orgaan van het bovenlichaan en bezit het centrale zenuwstelsel (myelon). Voor de bewegelijkheid van de wervelkolom zijn de tussenwervelschijven verantwoordelijk. Beschadigingen van de wervelkolom kunnen heftige klachten veroorzaken, vaak ook aan organen en gewrichten, die zelf niet direct betroffen zijn. Oorzaken van zulke klachten zijn meestal spierverspanningen of slijtage van de tussenwervelschijf.

Problemen aan de wervelkolom is één van de meest voorkomende oorzaken, die in Duitsland tot ziekmeldingen leiden. Meer dan 80% van de bevolking heeft tenminste één keer in zijn leven rugklachten.

Het Apex Spine Center stelt zich als doel, de vele begrippen rondom de wervelkolom voor de patienten begrijpelijker te maken en op deze site een leidraad te geven voor klachten aan de wervelkolom. De vaktermen kunt u zo beter plaatsen en begrijpen. Tegelijkertijd wordt u daarbij geholpen, de optimale en minimaal invasieve oplossing voor uw probleem te vinden.

Oorzaken van pijn:

Rugpijn kan vele oorzaken hebben. Ten eerste kunnen pijn of de klachten uit het voorste gedeelte van de wervelkolom (tussenwervelschijf, wervel) en/ of uit het achterste gedeelte van de wervelkolom (botveranderingen door facetarthrose, stenose, instabiliteit enz.) komen. Het meeste komen degeneratieve veranderingen van de wervelkolom voor (ca. 80%). Vanzelfsprekend worden in het Apex Spine Centrum ook ziektes zoals reuma, ongevallen (wervelbreuk), ontstekingen en tumoren behandeld.

Allgemene oorzaken van pijn
* spieren (bijv. door overbelasting of verspanning)
* tussenwervelschijven
* wervelgewrichten
* centrale en perifere zenuwen

Pijn veroorzaakt door de wervelkolom
Degeneratieve veranderingen
* veranderingen van de tussenwervelschijf
* insufficiëntie van de ligamenten (functionele storingen van stabiliserende banden)
* botveranderingen
* veranderingen van de wervelgewrichten

Afwijkingen
* groeistoringen (bijv. scoliose)
* aangeborenen afwijkingen

Algemene botziektes
* osteoporose
* osteomalacie (=botverweking)

Ontstekingen
* infecties
* reumatische ziektes

Tumoren van de wervelkolom
* metastasen
* primaire tumoren

Trauma’s (ongevallen)
* breuken
* Whiplash-gerelateerde aandoeningen in de rug

Verschillende gebieden van de wervelkolom

Indeling in 4 hoofdgebieden

• de halswervelkolom, bestaande uit 7 wervels (wordt ook HWK – of cervicale wervelkolom genoemd);
• de borstwervelkolom, bestaande uit 12 wervels (wordt ook BWK – of het thoracale wervelkolom genoemd);
• de lendenwervelkolom, bestaande uit (met enige uitzonderingen) 5 wervels (ook LWK – of lumbale wervelkolom genoemd);
• het heiligbeen (os sakrum) en stuitbeen (os coccygis), hier is in het algemeen geringe therapie noodzakelijk.

Ieder gebied van de wervelkolom kan door zijn anatomie (lichaamsbouw) en de typisch “ziekmakende” belastingen in ons moderne beroepsleven verschillende aandoeningen oplopen. Voor deze verschijnselen worden vele termen gebruikt.

Hoofdsymptomen

Het hoofdsymptoom van een hernia is
• pijn

Soms begeleid door 
• pijn en/ of een door statische omstandigheden veroorzaakte verkeerde lichaamshouding

en een aan de betreffende zenuw toe te ordenen
• paresthesie (tinteling).

Ernstige symptomen (ziekteverschijnselen), die vaak een onmiddelijk handelen verlangen zijn:
• paresen (verlammingen)
• blaas- en stoelgangstoringen
• acuut verlies van de sexuele functie

Oorzaken hiervoor zijn degeneratieve veranderingen (slijtage) van de tussenwervelschijven met hierop volgend hoogteverlies (osteochondrose) en voortdurend overstrekken van de gewrichtkapsels en het onstaan van begeleidende artrose van de kleine wervelgewrichten (facetartrose). Als reactie verspannen zich de spieren in de directe omgeving. Vooral in het gebied van de wervelkolom tenderen de paravertebrale spieren te verspannen en te verkorten (synonymen: hypotrofie, induratie). De voorste zogenaamde ´scheve buikspieren´ dreigen door voortdurende pijn in de wervelkolom te verslappen en kunnen zelfs volledig verdwijnen (atrofie).

Verschillende soorten pijn

Pijn kan (zeer) locaal of puntvormig aanwezig zijn.

Pijn kan over een oppervlakte aanwezig zijn (meestal bij uitgebreide spierverspanningen).

Pijn kan pseudoradiculair (pijn, die over zogenaamde spierkettingen doorgeleid wordt) zijn met uitstraling in arm of been, zonder dat bij een neurologisch onderzoek een verklarende oorzaak hiervoor wordt gevonden. Deze soort van pijn is meestal van een onprecieze soort en kan door de patient meestal moeilijk aangegeven worden.

Pijn kan ook een radiculair karakter hebben. Hier worden eenduidige beschadigingen van de zenuw als oorzaak van de klachten vastgesteld. Het pijnkarakter is puntvormig, heftig, lokaal begrensd en eenduidig tot de zogenaamde dermatomen (het door de zenuw verzorgende huidgebied) toe te ordenen.

Blokkering van de wervelkolom

Een bijzondere vorm van klachten aan de wervelkolom zijn wervelgewrichtblokkeringen. Een blokkering wordt beschreven als een verhinderde beweging tussen de gewrichtsdelen binnen een bepaald anatomisch gebied (vergelijkbaar met een klemmende lade). Deze tijdelijke opheffing van de functie van de facetgewrichten kan zowel jonge patienten zonder slijtage als ook oudere patienten met slijtage betreffen. Lokale overbelasting door ongebruikelijke lichamelijke en/ of sportbelasting kan de oorzaak zijn. Soms speelt ook de factor onderkoeling een rol. Veel blokkeringen onstaan door verstuikingen van de wervelkolom. Meestal kunnen eenvoudige blokkeringen snel door chiropractische- of manueeltherapeutische behandelingen verholpen worden.

Hier worden manipulatie (door kleine, voorzichtige bewegingsimpulsen) of mobilisatie (strekking van de gewrichten, spieren en bindweefselstrukturen in de blokkerende richting) als behandelingsmethoden ingezet. Het opheffen van de blokkering veroorzaakt soms een “knakken”. Heftige blokkeringen moeten vaker behandeld worden.

In Duitsland bestaat een verschil tussen een chiropraktor en een manueel therapeut (chirotherapeut). Chiropraktoren als ook chiropraktiker hebben in duitsland geen medische toelating. Manuele therapeuten behandelen naar voorgeschreven EU-richtlijnen voor manuele therapie.

Een gediagnosticeerde blokkering kan een symptoom van een tot nu toe nog niet ontdekt probleem in de tussenwervelschijf of vernauwing van het spinaalkanaal zijn. Hier moet de behandelende arts een bijzondere zorgvuldigheid leggen op het lichamelijk onderzoek, de bevraging van de patient (anamnese) en beeldgevende diagnostiek (mogelijk door het uitvoeren van een MRI-scan met hoge resolutie)

Het meest betroffen deel van de wervelkolom

Het meest van klachten betroffen is de lendenwervelkolom (rug, LWK), vooral de beide onderste tussenwervelschijven ( L5/S1 en L4/5), gevolgd door de halswervelkolom (nek, HWK) en daarna de borstwervelkolom (BWK)

Terminologie rondom klachen van de wervelkolom

Algemene terminologie

Voor de door de “moderne leefstijl” veroorzaakte verminderde beweging en de daaruit volgende zwakte van de rompspieren, die gepaard gaan met slijtage van de tussenwervelschijven en wervelgewrichten, die wederom bij sterke slijtage tot vernauwingsproblemen leiden, worden in de omgangstaal en ook in het medisch vakgebied een groot aantal van termen gebruikt, die in het onderstaande verklaard worden.

Pijn in de lendenwervelkolom wordt in de volksmond vaak “ lage rugpijn” of “spit” (= lokale rugpijn vaak verbonden met sterk verminderde beweging, wervelgewrichtblokkade en gelijktijdige spierverspanning) genoemd. Men onderscheidt hiervan de zogenaamde ischias (ook lumbaal radiculair syndroom of ischiasneuralgie, afhankelijk of de pijn van de rug in het been uitstraalt- of dat er alleen beenpijn bestaat).

Het begrip wervelkolomdegeneratie omschrijft de slijtage van de tussenwervelruimtes met verlies van de elastische bufferwerking (“schokdemper”) van de tussenwervelschijf en de daardoor veroorzaakte veranderingen van de grond- en dekplaten met typische radiologische botwoekerigen (zogenaamde spondylose). Indien bovendien nog een lokale sterke spierverspanning bestaat met vaak in de MRI zichtbare oedeemvorming (vochtophoping) van de grond- en dekplaten van de wervels, spreekt men van een geactiveerde osteochondrose.

Klachten van de tussenwervelschijf

Komen de klachten uit de tussenwervelschijf (discus of discus intervertebralis) zelf (discogene oorzaak), dan worden vaak veel verschillende termen voor elke (pathologische) aandoening van de tussenwervelschijf zelf gebruikt.

De tussenwervelschijf bestaat uit een vezelige bindweefselring (anulus fibrosus) en een gelei-achtige kern (nucleus pulposus). De vezelige bindweefselring vormt de buitenste mechanische omhulsing en de binneste gelei-achtig kern zorgt voor de noodzakelijke elasticiteit (bufferwerking).

Men spreekt van een discopathie als een algemene storing van de functie van de tussenwervelschijf bestaat.
Meestal begint dit met een vochtverlies van de gelei-achtige kern en een hoogte vermindering van de tussenwervelruimte (intervertebrale ruimte). Deze verminderde ruimte tussen de aan elkaar grenzende wervels noemt men osteochondrose.

De bij deze toestand gelijktijdige verplaatsing van het tussenwervelschijfmateriaal naar achteren in de richting van het ruggenmerg en/of ook in de richting van de zenuwwortel wordt met verschillende termen beschreven.

In het geval van een beschadiging van de tussenwervelschijf is als eerste de vezelige bindweefselring (anulus fibrosis) betroffen, waarbij deze ten dele of compleet scheurt (zogenaamde anulus-ruptuur). Het gevolg hiervan kan dan een meer of minder duidelijke verplaatsing van de gelei-achtige kern (nucleus pulposus) zijn.

Glijdt de tussenwervelschijf slechts ten dele uit het onstane scheurtje in de vezelige bindweefselring (anulus-ruptuur), spreekt men van een uitpuiling van de tussenwervelschijf of protrusie. De protrusie wordt nog op basis van de mate van uitpuiling verdeeld in eerste en tweede graad. Protrusies hebben echter gemeenschappelijk dat de vezelige bindweefselring (anulus fibrosis) niet compleet uitgescheurd is en dus nog met bepaalde delen de ring in zijn vorm samenhoudt.

Bij een hernia (prolaps, nucleus pulposus hernie, nucleus pulposus prolaps) is de vezelige bindweefselring compeet gescheurd en treedt het tussenwervelschijfmateriaal (=gelei-achtige kern) uit naar het voorste deel van het wervelkanaal (de tussenwervelschijf “glijdt eruit”) en leidt daar tot inklemming van de zenuw. Een bijzondere vorm van een hernia is een sequester, of ook wel de gesequestreerde hernia. Hier glijdt de tussenwervelschijf (de gelei-achtige kern) compleet in het wervelkanaal en verliest de verbinding met de tussenwervelruimte.

De hieruit volgende therapie kan, na een niet-succesvolle conservatieve behandeling, een hernia operatie (nucleotomie of discectomie) zijn (waarbij het begrip discectomie de operatiemethode eerder onprecies beschrijft, daar in werkelijkheid de nucleus pulposus (gelei-achtige kern), die op de zenuw drukt, ten dele verwijderd wordt en de vezelige bindweefselring onaangetast blijft).

Een zeer minimaal-invasieve hernia operatie is de endoscopische nucleotomie, die bij ons al sinds vele jaren uitgevoerd wordt. In tegenstelling tot andere chirurgen kunnen wij zeggen, dat elke hernia met deze methode kan worden behandeld (zie ook wetenschappelijke publicaties).

Artrose van de wervelgewrichten

Indien de door slijtage veranderde kleine, als paar aanwezige wervelgewrichten (facetten) klachten veroorzaken, spreekt men van spondylartrose, facetartrose, facetsyndroom of artrose van de wervelgewrichten.

Deze artrose van de wervelgewrichten is in een gevorderd stadium de meest voorkomende oorzaak voor het ontstaan van een wervelkanaalstenose (spinaalkanaalstenose, spinaalstenose, wervelkanaalvernauwing, vernauwing van het wervelkanaal)

Wervelkanaalvernauwing

In een vergevorderd stadium, waarbij vele bewegingssegmenten (definitie naar Junghand-> een wervelpaar met al zijn gemeenschappelijke structuren) van een wervelkanaalvernauwing (spinaalkanaalstenose) betroffen zijn, spreekt men van een MESS, het Multisegmentalen Engpass-Syndrom van het Spinaalkanaal.
Andere oorzaken voor dit vaak optredende, daarvoor echter vaak niet herkende ziektebeeld zijn:
- overbelasting door sport en beroep gedurende vele jaren en
- aangeboren vernauwing van het wervelkanaal (congenitale stenose)

Het wezenlijke voor de diagnose wervelkanaalvernauwing:

De diagnose van een wervelkanaalvernauwing kan nooit alleen door het meten van de horizontalen (transversalen) vlakken in een MRI-scan gesteld worden, maar moet altijd samen passen met het klachtenbeeld.
Hiertoe dient gezegd te worden, dat de wijdte, oftwel de afmetingen van het ruggemerg van patient tot patient verschillen, en dat het ruggemergvlies (dura) een indivueel verschillende gevoeligheid heeft. Dit alles maakt het stellen van de juiste diagnose gecompliceerd en vordert een bepaalde klinische ervaring van de arts.

Therapie van der wervelkanaalvernauwing:

De behandeling van een gevorderde wervelkanaalvernauwing met claudicatio spinalis symptomatiek (door wervelkanaalvernauwing veroorzaakte “etalage benen”, die de loopafstand door pijn duidelijk verminderen) is een operatief domein. Conservatieve therapie met injecties, fysiotherapie en electrobehandeling heeft meestal geen succes. Wij zijn in staat door een mininaal-invasieve operatietechniek (microscopische decompressie van het spinaalkanaal) de patient enkele dagen na de ingreep weer uit de kliniek te ontslaan en de patient na een korte ambulante revalidatie weer op de snelste manier in het normale leven te integreren.

De glijwervel
Een bijzondere vorm van wervelkanaalvernauwing is de “verschoven wervel”, de zogenaamde glijwervel (spondylolisthesis of listhesis). Deze vorm van wervelkolom-aandoeningen is eventueel met een meer of minder sterke vorm van segmentale instabiliteit vergezeld. Dit betekent dat de betroffen wervels ertoe neigen onder bepaalde belasting transversaal (van achter naar voren) ten opzichte van elkaar te verschuiven.

Men onderscheidt de spondylolisthesis vera ( de “echt”, de “ware” glijwervel), die met een aangeboren groeistoring van de wervelbogen (de zogenaamde spondylolyse) gepaard gaat, van de pseudospondylolisthesis.

Deze gaat meestal met een geringe graad van glijden gepaard en berust op een aangeboren misvorming van de stand van de wervelgewrichten in combinatie met slijtage van de wervelgewrichten. Met betrekking tot de graad van het glijden bestaan verschillende indelingen. Het meest gebruikt wordt nog steeds de indeling naar Meyerding (graad I tot IV). Het volledig afglijden van een glijwervel naar voren en naar onder wordt spondyloptose genoemd.

In het geval van een operatieve indicatie kunnen wij door de techniek van de microscopische decompressie van het wervelkanaal in veel gevallen door behoud van de interarticulaire delen (wervelgewrichten, facetten) een gelijktijdige transpedikulaire repositie spondylodese (verstijven met gelijktijdige correctie van de afgegleden wervels) vermijden.

De degeneratieve lumbale scoliose

Deze door slijtage veroorzaakte zijdelings afknikken met gelijktijdige “verdraaiing” (rotatie) van de wervels in het draaipunt van de scoliose wordt gelijktijdig door een aanwezige spinaalkanaalvernauwing en toenemende verkeerde statische houding veroorzaakt.
Het ontstaan van de scoliose kan verschillende oorzaken hebben:
* degeneratief (door slijtage)
* veroorzaakt door een voorbestaande infantiele, juveniele of congenitale scoliose
* traumatisch (door een ongeval)
* metabolisch (door stofwisseling)

Het voortschreiden van een degeneratieve lumbale scoliose is een veel voorkomende oorzaak van degeneratieve klachten ongeveer vanaf het 40e tot 50e levensjaar. Naast degeneratieve oorzaken, is de tweede meest voorkomende oorzaak de juveniele ( in de jeugd ontstaan) – of infantiele (in de kindheid ontstaan), of congenitale (aangeboren) scoliose. Door lichaamseigen compensatie veroorzaakt een scoliose normaal gesproken geringe klachten (door een stevig spierkorset om de borst). Vooral in de onderrug neigt een scoliose vanaf het 40e tot 50e levensjaar meer zijdelings te buigen met een gelijktijdige, door statische omstandigheden, toename van de meetbare hoek van de scoliose. In het geval van een hoofdzakelijk in de borst aanwezige scoliose is het voortschrijden van de scoliose door de omhulsing van de zijdelings aanzettende spieren minder extreem.

Therapie:

Een conventionele behandeling met electro- of fysiotherapie en korset zorgt meestal slechts voor een zeer geringe verbetering van de klachten.

De oorzaken van degenerative lumbale scoliose en de hierdoor veroorzaakte klachten resp. vernauwingen kunnen uitsluitend door een invasieve ingreep succesvol behandeld worden.

Onze subtiele en minimaal-invasieve operatietechniek (microscopische decompressie van het wervelkanaal) maakt het mogelijk om zonder beschadiging van de lastdragende wervelgewrichten (facetten) in bijna alle gevallen de botwoekeringen en ligamentaire vernauwing te verwijderen, zonder dat het geopereerde gebied na de operatie verstijfd moeten worden.

In de meeste ziekenhuisen wordt de conventionele operatietechniek door decompressie over meerdere etages met laminectomie en aansluitend transpediculaire distractie-spondylodese m.b.v. een implantatie van schroeven en straven toegepast. Wij kunnen onze patienten deze verstijvingsoperatie over meerdere etages, met al zijn nadelen, in de de meeste gevallen besparen. Door onze methode kunnen we een groot deel van uw klachten verminderen en zo een betere levensqualiteit mogelijk maken.